De vrouw

De vrouw
Afbeelding 1: De inwendige geslachtsorganen van de vrouw (bron)

1. Eileider, 2. Blaas, 3.Schaambeen, 4. G-plek, 5.Clitoris, 6. Urinebuis, 7. Vagina, 8. Eierstok, 9. Dikke darm, 10. Baarmoeder, 11. Fornix uteri, 12. Baarmoederhals, 13. Endeldarm, 14. Anus

Het baarmoederlichaam zelf is een peervormig orgaan. De wanden ervan zijn gemaakt van sterke spierlagen. Ze zijn van binnen bedekt met slijmvlies (het baarmoederslijmvlies), dat tijdens de cyclus wordt opgebouwd en weer wordt afgestoten (dat is de menstruatie). In het begin van de zwangerschap nestelt het eitje zich in dit slijmvlies en het groeit dan tijdens de zwangerschap in de baarmoederholte.

Afbeelding 2: (bron)

Eileiders

In de buikholte liggen de eileiders. Zij komen elk aan een kant van het bovenste deel van de baarmoeder uit. De uiteinden van de eileiders zijn vingervormig, bewegen en kunnen zich over de eierstok uitspreiden om de vrijgekomen eicel op te vangen. De pruimvormige eierstokken zijn met banden aan beide zijden van de bekkenwand bevestigd. In de eierstokken zitten bij de geboorte al alle eicellen die ooit zullen rijpen. In totaal begint het meisje met ongeveer 400.000 eicellen, waarvan er uiteindelijk maar ongeveer 400 zullen rijpen. De eierstokken produceren bovendien de vrouwelijke geslachtshormonen, progesteron en oestrogeen. (Hierbij gaat het in feite om verschillende oestrogenen, maar voor het gemak noemen we ze samen oestrogeen). 

Vaginaal slijm (mucus)

Cervixslijm en zaadcellen werken samen

Op de onvruchtbare dagen in de cyclus is de weg van de zaadcellen op weg naar het eitje versperd. Het cervixslijm dat in de baarmoederhals is gemaakt, sluit dan de toegang naar de baarmoeder als een taaie, vaste prop af. Daardoor kunnen de zaadcellen niet verder zwemmen en blijven ze in de schede. Het cervixslijm werkt als uitsmijter en door de zure omgeving in de schede sterven de zaadcellen na korte tijd af (Afbeelding 3).


Afbeelding 3: Baarmoeder op de onvruchtbare dagen. 

De slijmprop sluit de baarmoederhals af voor de zaadcellen. De zaadcellen sterven na korte tijd in de schede.


Het cervixslijm wordt vloeibaarder. De crypten worden wijder en de zaadcellen kunnen naar boven zwemmen.


Afbeelding 4: Baarmoeder op de vruchtbare dagen. 

De weg van de zaadcellen

Elke keer dat een man klaarkomt, worden ongeveer 200 tot 700 miljoen zaadcellen via de zaadleiders en de urinebuis geloosd. In de vruchtbare periode komen ze via de schede in het cervixslijm en verdelen zich over de crypten van de baarmoederhals. De eerste zaadcellen bereiken de eileiders al een uur na de zaaduitstorting. De andere stijgen in de loop van de volgende dagen op naar de eileiders. Omdat de zaadcellen in deze tijd van de cyclus nog een tijd in leven kunnen blijven in de baarmoederhals, kan er ook nog enkele dagen na het vrijen een bevruchting plaatsvinden.

Bron plaatje.